dinsdag 16 juli 2013

Schuitje varen

Vakantietijd


Hebben jullie al vakantieplannen of zijn jullie al geweest?
We hadden het gisteren met onze vrienden Ben en Yolande over vakantie. Ze hadden net een personeelsuitje gehad op de boot van een collega van Ben. Yolande en ik zijn in heel veel opzichten hetzelfde, we hebben allebei niet het vermogen een sjaal elegant te dragen, kunnen allebei niet meer op hakken lopen en we zijn allebei klunzen met naald en draad. Wat we wel heel goed kunnen is praten en lachen, we zitten altijd op een lijn. Het verwonderde me dan ook dat Yolande na het personeelsuitje opeens een aanhangster van de pleziervaart leek te zijn.
Ik haat het, boten, pleziervaarten, havens en vooral sluizen. Al mijn min of meer verdrongen herinneringen kwamen boven.

Mijn ex Jan had een boot toen ik hem leerde kennen. De weekends werden op de boot doorgebracht met of zonder de twee kinderen van Jan. Als de kinderen erbij waren ging het wel, we lagen 's nachts in de haven en gingen overdag de Vinkeveense plassen op, daar gingen we ergens "voor anker". Het woord zegt het al, je dobbert ergens in zo'n plas op je bootje. Ik moet toegeven, het was een redelijke boot, maar je loopt toch bijna altijd gebogen. Van het dek naar de kajuit was een trapje dat je moest nemen met gebogen knieën en ingetrokken hoofd. Aan het eind van de dag gingen we terug richting haven en daar moest de boot aangelegd worden. Ik zei het al, als de kinderen erbij waren ging het wel, die sprongen met een oranje touw in hun hand van de boot op de steiger, sloegen dat touw op een paar plaatsen om zo'n paaltje en klaar, we waren aangelegd of we lagen aan.
Het eerste weekend zonder kinderen zat ik met klamme handen in de kajuit, als de dood dat Jan van mij zou verwachten dat ik de rol van aanlegger op me zou nemen. En ja hoor, de haven kwam in zicht en Jan riep naar beneden: "kom je even?". Ik mis die natuurlijke soepelheid die het varend volkje aangeboren schijnt te zijn, maar wilde ook niet kinderachtig zijn. Dus daar stond ik, voorop de boot met een oranje touwtje in mijn handen en springklaar. Ik vind het onzin om onnodige risico's te nemen dus ik wachtte rustig het juiste springmoment af. Klaarblijkelijk had ik het moment gemist, want opeens sprong Jan van de boot af, hield het hele gevaarte tegen en riep geïrriteerd: "moet je godverdomme een loopplank hebben?". Op zich leek me dat een riante oplossing maar ik begreep dat het ironisch bedoeld was.

De keer daarna dat we samen uit varen waren was ik vastbesloten om me niet te laten kennen, ik liet het moment niet voorbijgaan, ik sprong, echt waar. Ik zoefde door de lucht en landde op de steiger (dus niet tussen wal en schip) een ding was jammer, ik hield mijn oranje touwtje voor mijn voeten waardoor ik niet verticaal maar horizontaal en plat op mijn buik op de steiger terechtkwam. Voet verzwikt, heb weken niet gewoon kunnen lopen. Ik heb deze verwonding gekoesterd, zolang ik kreupel liep werd niet van me verwacht dat ik me als matroos gedroeg.

Het grootste drama, de sluis

Elke vrouw die weleens met een oranje touwtje met het zweet op haar voorhoofd een sluis heeft bedwongen weet precies wat ik bedoel.  Gelukkig heb je als troost een heleboel echtparen om je heen die ook schreeuwend, vloekend en huilend door de sluis gaan. Dat geeft rust.


Dit is weer mooi van het waterleven, maar van de wal af
net zo leuk



We hebben de wateren van Friesland, Zeeland en van alles daartussen bevaren. Jarenlang zijn we met de boot op vakantie geweest. En laat ik eerlijk zijn, het was niet alleen maar ellende. Het is natuurlijk best lekker om in bikini met een boekje en een drankje op een dek te liggen terwijl de boot zich langzaam voortbeweegt.
En koken op een tweepittertje terwijl je je kont niet kan keren is ook zo erg niet voor een paar weken. En dat bij slecht weer alles nat is en niet droog wordt en dat iedereen zwaar geïrriteerd raakt, ook daar valt mee te leven.

Maar na een aantal jaren had ik het wel gezien, het water (vooral al dat water), de prachtige zonsondergangen- en opkomsten, de zwanen, de futen en de eenden. Allemaal prachtig, maar ik wist het wel.
Een vakantie op de wal werd steeds aantrekkelijker. Een bungalow bijvoorbeeld, luxe hoeft niet. Alleen het feit dat je erom heen kunt lopen als je dat wilt leek me het summum. En dat je een douche hebt waar je geen muntje in hoeft te gooien en waar ook nog warm water uitkomt als je je haar wilt uitspoelen. En dat je  in een gewoon restaurant kunt eten, niet zo'n kantine-achtig geval in een haven met visnetten aan de muren en ankers op de bar.

Ik heb Ben en Yolande uitgebreid verteld over mijn vaarervaringen en ik hoop dat Yolande inziet dat het leuker lijkt dan het is, dat het misschien gezellig is een dagje met iemand mee te varen maar dat je het beter daarbij kunt laten.
Stel je voor dat ze een boot kopen en dat het ze gezellig lijkt met zijn allen te gaan varen en dat ze dan verwachten dat ik met al mijn ervaring die boot wel even aanleg. Daar moet ik toch niet aan denken.

Lieve Yo, theetje drinken, altijd. Schuitje varen, nee echt niet


vrijdag 12 juli 2013

Noreply

Jobhopper

tekststudio Casper



Ik was al jaren aan het werk toen de computer zijn intrede deed. In het begin vertrouwde ik dat ding voor geen meter, maar tegenwoordig ben ik goed bevriend met mijn laptop. Dat neemt niet weg dat ik af en toe voor raadsels kom te staan. Een jaar of drie geleden trof ik op een dag in mijn mailbox een aantal mailtjes aan van Nore Ply. Ik snapte er niets van: "Wie is Nore en waar ken ik haar van?" vroeg ik mij vertwijfeld.af.
Opeens had ik een brainwave, als je de naam op zijn Engels uitspreekt en de spatie achter No zet krijg je een totaal ander effect. Ik vond het al vreemd, de ene dag werkte Nore bij Reaal terwijl ze de volgende dag bij de ABNAMRO zat. Ik heb diverse werkgevers gehad maar zo bont als Nore heb ik het nooit gemaakt.
Nore en ik, als oma van het kantoor,  zijn al heel erg uitgelachen om onze miscommunicatie, dus jullie lachen maar een eind weg, wij zeggen maar zo: NO REPLY.

AMRO

Over de ABNAMRO gesproken:

Ik ben mijn werkzame leven begonnen bij de AMRO bank, AMRO was toen een vrije meid, van een huwelijk met de ABN was nog geen sprake. Mijn eerste salaris, 300 gulden, kreeg ik contant in een bruin envelopje, een glorieus moment. Ik werkte in het filiaal aan het Haarlemmerplein, een echte Amsterdamse volksbuurt. We stonden aan de balie geld uit te delen, dat schreven we op roze briefjes en 's middags moesten we optellen hoeveel we uitgedeeld hadden en dat moest weer kloppen met het kassaldo van kassier Gerritsen.
De kas was een ijzeren bureau dat de kassier met een soort kooi kon afsluiten. Iedereen noemde de kassier altijd Gerritsen, hij werd nooit meneer Gerritsen genoemd.
Sinds  de kooi van Gerritsen is er nogal wat veranderd, oudere mensen hadden in die tijd nog niet standaard een bankrekening, de computer en de mobiele telefoon waren nog niet uitgevonden.

Een bankrekening was toen dus nog niet zo vanzelfsprekend als nu, vooral ouderen vonden de bank een enge instelling. Op een dag besloot een pensioenfonds dat alle pensioengerechtigden een bankrekening moesten openen. Tot die dag verzamelden alle oudjes zich bij de voormalige werkgever of bij de uitkerende instantie om hun bruine envelopje te halen en ze gingen vervolgens met zijn allen en hun envelopjes naar hun stamkroeg in de Haarlemmerhouttuinen.

Er onstond een complete revolutie onder de bejaarden omgeving Haarlemmerplein. Wij hadden het beredruk met het openen van rekeningen en de gang van zaken uitleggen aan verontruste ouderen. Een man is me met name bijgebleven, hij stond aan de balie met een briefje van 25 gulden, hij wilde dat op zijn rekening storten.
Hij gaf het geld, wij gaven hem een stortingsbewijs en dat was voor ons einde transactie.
Maar niet voor hem, de volgende dag stond hij weer aan de balie en hij siste naar me: "Heeeee sus, weet je nog dat ik je gisteren een geeltje heb gegeven?. Nou, ik wil even zeker weten dat je dat nog heb".

Ik zei tegen Gerritsen: "geef mij even een geeltje, je krijgt het zo terug". Ik gaf het geeltje aan de klant en zei stralend en geruststellend: "ziet u wel meneer, het is er nog". De klant hield het bankbiljet in de lucht, bekeek het zorgvuldig en zei boos:"dat is mijn geeltje niet, ik wist dat ik jullie niet kon vertrouwen daarom had ik mijn geeltje gemerkt. Nu wil ik mijn eigen geeltje graag". Het heeft heel wat pijn en moeite gekost de werking van een bank aan de man uit te leggen.

Na een aantal jaren AMRO bank ben ik gaan jobhoppen tot ik mijn levensbestemming in de hypothekenwereld vond.

Ik was best ambitieus maar een ding is zeker: zo'n fanatieke jobhopper als Nore ben ik nooit geweest.

woensdag 10 juli 2013

Vrienden

Echte en virtuele vrienden 





Er zijn dagen dat ik de hemel dank dat er een paar mensen in mijn leven zijn waar ik op terug kan vallen en ik hoop dat zij bij mij hetzelfde gevoel hebben.
Sinds ik de social media heb ontdekt heb ik er heel veel vrienden bijgekregen. Ik heb zelfs vrienden die ik in real life helemaal niet ken. Er zijn vrienden die mij toegevoegd hebben als vriend en die mij op de Grote Markt in Almere straal voorbij lopen.
Dit blog ligt eigenlijk een beetje in het verlengde van mijn blog Mobiel. Ik vraag me opeens af of oma, als ze nog had geleefd en dit allemaal had meegemaakt, haar lippen had gestift voor een chatsessie. Ik moet eerlijk bekennen dat ik dat wel eens heb gedaan (toen ik Herman nog niet in real life had ontmoet), ik heb toch duidelijk de genen van mijn oma.

Ik doe nog niet zo lang aan social media, het is nog niet zo lang geleden dat iemand aan me vroeg:"Zit jij al op Hyves?". Echt ik had geen notie waar ze het over had. Sindsdien is er heel wat veranderd. Ik doe aan Facebook, LinkedIn, Twitter, Printerest  en Yammer.

Hyves

Daar ben ik gauw over uitgepraat, ik heb ooit eens een account aangemaakt, vergat mijn wachtwoord en dat was het.

Twitter

Het zal aan mij liggen, maar ik heb er niets mee. Iedereen tweet en retweet maar een eind weg, ik doe wel eens een poging maar het is niet echt mijn ding, zeg maar.

LinkIn

Dat vind ik een bijzonder fenomeen, ik heb voor mijn doen best veel LinkedIn vrienden. Het leuke van LinkedIn is dat je iemand kunt endorsen. Dat is super, ik heb een vriend in Australie die aangegeven heeft dat hij mij goed vindt met honden en in Nederlands. Dat van die honden vind ik nog leuk, maar ik vind het zelf geen topprestatie dat mijn Nederlands goed is. Ik had in deze taal al een voorsprong omdat ik hier geboren ben.
LinkedIn heeft een ook een soort cirkelsysteem dat ik nog steeds aan het ontdekken ben. Ik probeer Stien (van Stienschrijft) te promoten op LinkedIn. Dat is tot nu toe niet gelukt. Ik krijg steeds een rare melding. Eens gaat dat wel goed denk ik, alleen jammer of juist gelukkig voor Stien dat de promotietekst steeds korter wordt.
Je kunt op LinkedIn ook zien wie de laatste tijd je profiel heeft bekeken.Daar kwam ik kortgeleden achter en toen werd het  pas echt leuk. Mijn profiel is de afgelopen week bezocht door een notaris in Amersfoort. Ik heb weinig van doen met notarissen in Amersfoort, maar gezien mijn beroep kan ik me daar nog iets bij voorstellen. Maar mijn profiel is ook bezocht door "someone in the entertainment industry from Amsterdam Area".  Is dat niet fascinerend? Weet je wat zo gek is? Als ik entertainment industry lees heb ik Cirque du Soleil visioenen. Zien jullie mij meedoen met Cirque du Soleil?  Mijn virtuele vrienden zien hier misschien de humor niet van in, mijn real life vrienden liggen nu in een deuk. 

Yammer

Dat is mijn laatste Social Media aanvulling waar ik mee overhoop lig.  Ik kreeg bij aanmelding van een cursus bij Reaal College een Yammer account. Ik heb aldoor moeite met inloggen, maar gedurende de cursus werden we bijgepraat via Yammer. Ik heb de eerste mail bewaard en zo kan ik af en toe kijken wie waarom geyammerd heeft. Ik heb nuttige dingen ontvangen hoor, via Yammer,maar soepel verloopt mijn Yammer contact niet.

Facebook

Het heeft een paar jaar geduurd, maar ik ben nu helemaal into facebook.Ik vind het een komische aanvulling op mijn leven.  Het fijne is dat je op facebook een supergoede foto van jezelf kunt zetten en dat schoolvriendinnen van tientallen jaren geleden dan denken: "zo, die ziet er goed uit`. Dat vind je zelf ook wel, op die foto tenminste. Op facebook lijkt het altijd of je leven soepel en gladjes verloopt. Je meldt de leuke momenten. Sommige mensen laten iedereen in alles meedelen op facebook. Dat vind ik onzinnig. Om nou de wereld te laten weten dat je net je haar hebt gewassen en nou met de Margriet op de bank zit vind ik overbodig. 
Ik doe wel mee trouwens, ik knal er ook steeds meer oninteressante onzin op. Ook wel leuke dingen en leuke foto's trouwens.
Een voordeel  van facebook is dat je van elkaar op de hoogte blijft. Dat spaart veel bijpraten als je elkaar in real life weer ontmoet.

Wat ik tegenwoordig wel raar vind van facebook is het volgende, bijvoorbeeld:

Suus heeft haar ontbijt klaargemaakt, Suus eet twee beschuiten met hagelslag. Ter verhoging van de feestvreugde maakt Suus met haar mobiel een foto van haar bordje met de twee beschuiten en plaatst die op facebook.

Je logt in en je ziet die foto met een jubelende tekst van Suus eronder, zoiets als jammie, jammie, beschuit met hagelslag.
Zelf ben je meer een yoghurt of zachtgekookt eitje type, maar je gunt Suus haar momentje en je liked Suus haar beschuiten.

Vervolgens rinkelt je telefoon urenlang talloze malen achter elkaar. Bij elke rinkel denk je:"leuk,fanmail" , je graait je telefoon naar je toe en toetst het benodigde knopje in.
Helemaal geen fanmail, nee alleen maar steunbetuigingen aan Suus en haar beschuiten.
Want jij niet alleen, nee ook Joop, Kees, Mien en weet ik veel wie vinden de beschuiten van Suus leuk.
Daar zou ik wel vanaf willen.

Social Media, het is best een aanvulling op het huidige leven, maar  er gaat niets boven die ene knuffel van die ene echte vriendin. Een echte vriend of vriendin waarvoor je er echt niet altijd op je best uit hoeft te zien. Vrienden die je eventueel 's nachts uit het ziekenhuis halen. De illusie van eeuwige jeugd en altijd goedzittend haar, die illusie is voor onze virtuele vrienden.




maandag 8 juli 2013

Met de complimenten van mevrouw

Voor Stien



Dit blog is een antwoord op haar blog. We hebben het al eens over gehad: een duoblog.
Haar column : Doet u ook hobby´s heeft me weer aan het denken gezet. 
Vrouwen gaan over het algemeen niet goed met complimenten om en dat is raar. Aan de andere kant vind ik complimenten soms ook raar.
Als ik tegen iemand zeg: "leuke rok" vind ik het altijd wat vreemd als iemand mij daarvoor bedankt.
Maar omdat iedereen voor dit soort opmerkingen bedankt zal dat ongetwijfeld aan mij liggen.

Maar weinig vrouwen zeggen "bedankt" als je zegt "leuke rok". De meeste rokken zijn zomaar uit de kast gerukt, oude dingen of heel goedkoop.

Complimenten start pagina

Die bestaat heb ik net ontdekt, daaruit blijkt dat we allemaal moeten leren complimenten te geven en te ontvangen, een compliment is de tegenhanger van kritiek. Ook daar moeten we mee leren omgaan. Ondanks mijn leeftijd kan ik het zelf nog niet zo lang. Tegenwoordig kan ik vaak wel tegen kritiek en als iemand tegen mij zegt "leuke rok" zeg ik "leuk dat je dat zegt".

Waarom kan ik nu pas spontaan reageren op een compliment? Ik denk dat ik dat wel weet.
Ik heb mijn moeder talloze malen horen zeggen: "Wat is ze lelijk, dat is het eerste wat ik zei toen Marianne net geboren was".  In de jaren die volgden was ik volgens mijn moeder: te mager, te dik, te dom of te onhandig. Toen ik eenmaal volwassen was en ze zei dat ik er goed uitzag, geloofde ik haar niet meer. Het duurde jaren voor ik kon erkennen dat ik weliswaar minpuntjes heb,  maar dat er een heleboel pluspuntjes tegenover staan.

Perfectionisme

Ik ben over het geheel genomen geen perfectionist, ik heb aanvaard dat de wereld en ik niet volmaakt zijn en daar kan ik mee leven. In mijn werk is dat anders, mijn hypotheekdossiers moeten vlekkeloos verlopen. Mijn klanten geven mij hun vertrouwen en dat kan en mag ik niet beschamen. Helaas is de werkwereld net zo onvolmaakt als de grote buitenwereld en er gaat wel eens iets fout. En dat trek ik me aan, dat trek ik me extreem aan.
Ik heb net de zaken voor een jonge, buitenlandse man goed geregeld. Hij had een paar keer zijn neus gestoten, maar samen zijn we er voor gegaan. Vorige week zaten we samen bij de notaris voor de overdracht van zijn eigen woning, we zaten te glimmen van trots met de tolk tussen ons in. Bij het afscheid gaf hij mij een spontane zoen en hij zei : `ik gou van je`.Dat maakt me blij en geeft me een goed gevoel over mezelf.  Een uur later heb ik een boze klant aan de telefoon omdat ik niet snel genoeg heb teruggebeld en weg is mijn gevoel van tevredenheid over het succes. Kritiek, hoe onterecht en onbenullig ook, weegt altijd zwaarder dan een compliment. Hier ga ik nog steeds niet goed mee om.

Schrijven

Vroeger op school schreef ik veel, verhaaltjes en opstellen. Ik kreeg daar veel complimenten voor. Mijn moeder maakte het belachelijk en ik ben gestopt met schrijven. Ik heb een schrijfpauze van ongeveer 40 jaar ingelast. Ik schreef alleen nog zakelijk, brieven en redactionele artikelen.


Hoewel ik Stien al jaren ken hebben we pas de laatste tijd intensief contact. Door Stien ben ik gaan bloggen, door Stien ben ik de schaamte voorbij en deel ik wat me bezighoudt. Ik krijg erg leuke reacties op mijn blog en daar ben ik trots op. Mijn leven is leuker geworden sinds ik blog. Ik kijk anders naar de wereld en de mensen om mij heen.
Ik zal jullie nu maar meteen bekennen dat als ik twijfel aan een blog ik niet publiceer zonder dat Stien het heeft gelezen. Ik volg haar aanwijzingen op en ben blij met haar kritiek. Omdat ik weet dat mijn werk van haar kritiek beter wordt. En als ik een blog heb gepubliceerd ben ik pas echt tevreden als er een positieve reactie van Stien is. Een compliment van Stien is mij veel waard omdat ze weet waar ze het over heeft, want Stien is een schrijfster met als hobby fotografie.






zaterdag 6 juli 2013

Mobiel

De telefoon door de jaren heen


Iedereen heeft tegenwoordig een mobiele telefoon. We zijn altijd bereikbaar en we bellen, whats appen, fotograferen en internetten erop los. Altijd en overal.
Dat is niet altijd zo geweest. Sterker nog, de mobiele telefoon is pas sinds een jaar of 15 tot 20 gemeengoed.

De ouderwetse, vaste telefoon


Vroeger thuis hadden we een zwarte bakelieten telefoon,  nu ik er aan denk schiet ons oude nummer me zomaar te binnen:  020-716279. Redelijk zinloos en vreemd eigenlijk, maar het schoot zo naar boven. Omdat bereikbaarheid belangrijk werd hadden mijn opa en oma op een gegeven moment ook een telefoon. Oma had er niet zoveel mee. Oma had met alle ontwikkelingen een beetje moeite (als Toon Hermans op de televisie was moesten we allemaal klappen van oma).  Als in het huisje van opa en oma de telefoon ging, haalde oma een kam door haar haar, nam de hoorn op en riep met luide stem "haaaaallooooo".
Bijna altijd was de beller mijn moeder of mijn tante, oma schatte in wie van haar dochters aan de telefoon was en ze riep: Hallo Muis of Hallo Kiek en bij twijfel Hallo schat.
Het troetelnaampje van mijn moeder was Muis. Vermoedelijk was ze als kind mager geweest, niemand die mijn moeder als volwassen vrouw kende zou haar Muis noemen. Mijn tante Gerda werd door oma Kiek genoemd. Toch nog eens navragen waarom.

Oma paste regelmatig bij ons op, ze nam zo nodig ook de telefoon op. Tot grote hilariteit van mijn broer en mij riep ze overdreven hard: "met het huisssssss van mevrouw Croesssssss". Mijn vader heeft voor oma altijd een bijrol gehouden. Hansssssss en ik deden oma tot tot vervelens toe na.

Autotelefoon

Enkele decennia geleden was de autotelefoon in opkomst. In het begin alleen weggelegd als statussymbool  voor rijke en belangrijke meneren. In die tijd werkte ik op een makelaarskantoor met twee makelaars: Jaap voor de woningen en Bob voor de bedrijfspanden. Beiden geweldige mannen met een gezonde ambitie. Op een dag had Jaap een kapotte huistelefoon bij zich die hij aan zijn bureau probeerde te repareren. Ik weet niet meer of dat gelukt is, ik herinner me wel dat Jaap bij vertrek riep: " laat ik mijn autotelefoon niet vergeten" en weg was Jaap. Bob had de telefoon niet gezien maar hij had Jaap wel horen roepen. Hij kwam geagiteerd naar mij toe en vroeg verontrust: `"heeft Jaap een telefoon in zijn auto?". Aangezien ik net Jaap met telefoon op de passagiersplaats had zien wegrijden kon ik deze vraag met een zuiver geweten bevestigend beantwoorden. Ik kon toch niet voorzien dat Bob meteen bij de directie zou gaan klagen over deze vergaande vorm van rechtsongelijkheid?

De mobiele telefoon

In 1998 kreeg ik mijn eerste mobiele telefoon. Daar kon ik mee bellen en meer verwachtingen had een mens in die tijd ook niet van een telefoon. Ik herinner me nog de verbijstering die ik voelde bij de eerste SMS.
Ik heb veel telefoons gehad. Tegenwoordig doet Herman een vergelijkend warenonderzoek, mijn keuze voor een bepaald toestel wordt vaak op verkeerde gronden gemaakt. Zo heb ik ooit voor een toestel gekozen omdat ik er een armband bijkreeg. Het toestel is al minstens zes telefoons geleden, de armband heb ik vandaag nog om.

De Sony Ericsson Xperia die ik tegenwoordig heb kan van alles. Dankzij mijn collega Ilonka ben ik redelijk bedreven in het bedienen van dit technische wondertje. Zelfs ik vind SMS'en uit de tijd en ik whats app gezellig mee. Niet dat ik het leuk vind, meestal denk ik halverwege een bericht en veel verbeteringen "laat ik maar ff bellen".  Met Ilonka´s hulp heb ik leren internetten, zit ik op kantoor ook op Wifi en snap ik zelfs zo ongeveer wat Wifi is. Tot voor kort vond ik het meer een passende naam voor een schoothondje.

Afgelopen week begon mijn Xperia bij het whats appen zijn eigen koers te varen. In plaats van letters kreeg ik hele woorden. Ik tikte bijvoorbeeld "goede"  en op mijn schermpje stond "hmm", ik bleef bezig met de correctietoets. Gelukkig heb ik Ilonka. Het schijnt handig te zijn dat Xperia zelf woordjes maakt en als je doortikt schijnen de goede woorden te komen. Ik wil dat niet en ik wist niet hoe ik weer terugkon naar het ouderwetse alfabet. Het is een kwestie van een toetsje. Dat heeft Ilonka me geleerd, als bij het potloodje een stipje staat maakt hij zelf woorden, stipje weg en ik kan weer zelf beslissen.

Ik ben blij met mijn mobiele telefoon, hoewel ik hem ook wel eens uitzet, want wie wil nou altijd en overal bereikbaar zijn. Sinds ik artikelen schrijf en blog kan ik dankzij Xperia altijd en overal de statistieken bekijken. Dat vind ik een geweldig voordeel.
Dus lezen jullie, want ik controleer het.

maandag 1 juli 2013

Klufter

Een dame scheldt niet


Ze zijn overal, we komen ze allemaal wel eens tegen: antisociale persoonlijkheden.

Wij wonen in een leuk huis, in een leuke buurt met aardige buren.  Volgens programma's als "Bonje met de buren" is er in elke straat in Nederland wel een burenruzie.

Tot voor kort geleden was mijn leven burenruzievrij (afgezien van de klagende buurman die tijdens een vakantie van mijn ouders zo kwaad was door het tienerlawaai van ons en onze vrienden dat hij kwam klagen en die man had gelijk). Ik heb in mijn leven op diverse adressen gewoond en diverse buren gehad.
Buren zoek je niet uit en je hoeft niet met allemaal goede vrienden te zijn, maar je groet elkaar en let op elkaars huis tijdens vakanties.

Hier in ons rustige buurtje in Almere Buiten zitten we de laatste jaren midden in een Bonje met de Buren setting.

Tegenover ons woont een man, hij woonde er eerst met zijn moeder. De overigens heel aardige moeder is een jaar of twee geleden overleden en sindsdien woont de wees van een jaar of 68 alleen.

Op een gegeven moment had de man honden, herplaatshonden, grote jachthonden. Een van de honden heeft eerst onze Golden Retriever Joy aangevallen. Joy was zo geschrokken dat ze zich dood hield. Voor de hond een prima reactie, voor de baas een bloedstollend moment.

Kort daarna werd onze Casper, toen nog een pup, door een van deze beesten aangevallen.
Het vervelende is dat wat een hond tijdens zijn puppentijd meemaakt nooit meer vergeten wordt.
Wij zijn tijdens de opvoeding van een pup altijd druk bezig met te zorgen voor positieve ervaringen.

Met Casper is dat uitermate goed gelukt, het is een vrolijke, open hond.Hij is niet dominant, zal niet aanvallen maar laat ook niet over zich lopen. Zijn enige negatieve ervaring is de aanval door de buurhond.
Hoe geweldig Casper ook is, hij is niet vergevingsgezind en hij heeft het geheugen van een olifant.
Hij moet die honden niet, hij moet die man niet en hij moet zelfs het oude busje van die man niet.

Een van de honden van de man heeft zijn sporen, zijn tandensporen mag ik wel zeggen zo links en rechts in de buurt achtergelaten. Een buurvrouw is gebeten in haar bovenbeen, ze moest in het ziekenhuis behandeld worden. Ze heeft nog een litteken en durft zelfs niet langs het huis van die man te lopen. Een kindje is in haar arm gebeten.
Onze buurman is gebeten in zijn buik, ook hij is in het ziekenhuis behandeld, heeft een litteken. De buren durfden hun jonge kinderen niet meer buiten te laten spelen.

Casper blaft zelden en dat is gelukkig want hij heeft een zwaar en indringend geluid. Twee zomers geleden zat ik na een zware werkdag met Herman in de tuin toen het blaffestijn weer losbarstte (Casper in de tuin en de roedel van inmiddels drie honden van de buurman buiten de tuin).  Ik zat er even doorheen en gilde tegen Herman: "daar is die klootzak weer". Niet netjes en niet ladylike.

Een paar dagen later liep ik van het station naar huis en de buurman stond mij compleet met zijn roedel op te wachten. Van de meeste buren zou ik dat gezellig vinden, dit welkomstcommitee vond ik minder.De buurman had zijn tekst ingestudeerd en sprak:"als jij denkt dat je mij ongestraft klootzak kan noemen...." Conform de instructies van de politie heb ik niet gereageerd en liep ik met een nietsziende blik langs hem heen.  Voor mij een topprestatie. De man had duidelijk niet gerekend op een nonreactie en riep mij na:"Gore slettebak, je kan beter gaan verhuizen want ik ga het je heel moeilijk maken".  Nu zijn er periodes in mijn leven geweest dat ik me aangesproken had gevoeld door dat "slettebak" maar die tijd ligt lang achter me.

Dit incident is op schrift gesteld en toegevoegd aan het inmiddels lijvige dossier bij de politie. Een dossier vol meldingen want een aangifte van hondenbeten, mishandeling en bedreiging is niet zomaar gedaan.

Tot de dag dat Herman mij op kantoor belde met de melding dat een van de honden van de buurman hem in zijn arm had gebeten, Herman is naar de dokter en de politie geweest en eindelijk, daar was ie dan: de aangifte.

De bijthond kreeg een muilkorfgebod en de buurman het advies het pad langs onze tuin te mijden.  De muilkorf kwam er,maar de buurman "laat zich de wet niet voorschrijven en loopt waar hij wil'. Hij heeft er geen boodschap aan dat hij op minstens 5 manieren op het uitlaatveld kan komen, wij kunnen maar op 1 manier van en naar ons huis.

We hebben een uitgebreide correspondentie gevoerd met de man, ik heb minstens drie keer mijn excuses aangeboden voor mijn uitroep (klootzak). Het had hem blijkbaar nogal aangegrepen want hij bleef erop terugkomen. Uiteindelijk nam ik het besluit weer een gesprek met hem aan te gaan. Iedereen was er op tegen en toen de politie na een zoveelste gesprek met de man bij ons verslag kwam doen, werd een confrontatie mij dringend afgeraden. Want "met die man valt niet te praten" aldus de sterke arm en onze beste vriend.


Inmiddels zijn er twee honden verdwenen, hij heeft er nog een, een teefje. We hebben een tijd geen last gehad en we waren niet meer op onze hoede.Tot gisterenavond. Ik stond op het punt met Carlie de laatste ronde te doen, Carlie was al aangelijnd,op dat moment begint Casper te blaffen. Zijn boze blaf voor de boze buurman.
Ik ben van nature al confrontatiemijdend maar als mijn  honden gevaar lopen neem ik helemaal geen risico. Ik bleef dus in de tuin staan. Herman kwam op het lawaai af en liep de poort uit het pad op, alwaar de buurman met iemand stond te praten. Zolang die man in de buurt is ga ik de tuin niet uit. Ik probeerde Herman nog tegen de houden. Niets helpt bij deze man, wij zijn toch altijd de gebeten hond.

Herman wilde zijn roedel (ons alle drie beschermen) en had er niet op gerekend dat Casper achter hem aan de poort uitglipte. Mijn hart stond stil, helemaal toen ik hoorde piepen.

Onze buurman had Casper een harde trap in zijn zij gegeven en nu is de maat vol. De hond doet niets anders dan blaffen als hij langskomt. Ik lag op mijn knieën met mijn armen om Casper heen. De buurman zei iets, ik weet niet wat.En tot mijn grote schande zei ik in mijn stress en kwaadheid "Hufter".

Kwaad zijn we, niemand maar dan ook niemand mishandelt onze honden.

Een tijd geleden noemde ik hem klootzak en nu zei ik hufter. Onderling in de buurt noemen wij hem al heel lang: Klufter. Een combi van twee scheldwoorden die een dame niet hoort te bezigen. Maar kom aan mijn honden, dan ben ik eerst hondenbaas en daarna, ver daarna pas dame.

En zeg nou zelf:: Klufter, het bekt wel lekker toch?

P.S. Met Casper lijkt alles goed te zijn, godzijdank

Dit gaat niet om honden-maar om mensengedrag









zaterdag 29 juni 2013

Blue jeans

Wij zijn oudere, wijze vrouwen, ons lukt bijna alles, bijna...


Ik heb geen last meer van minderwaardigheidscomplexen. Er is veel niet goed gegaan maar de laatste tijd heb ik steeds meer oog voor de dingen die wel goed zijn.
Ik heb nog steeds een baan, krijg steeds meer plezier in het schrijven, heb een gezellig huwelijk (ups en downs zoals overal) maar ik heb het heel goed getroffen met mijn Herman. De honden zijn geweldig, ik heb een leuk palet aan stiefkinderen en vind mezelf tegenwoordig best een ok type.

Er zijn een paar dingen die mij niet lukken. Ik moet zo langzamerhand accepteren dat sommige dingen buiten mijn bereik blijven.

Handwerken


Bijvoorbeeld handwerken, ik heb het nooit gekund en het zal nooit iets worden met breien, borduren, haken of punniken. Een knoop aanzetten vind ik al een prestatie van formaat. Ik ben een fervente aanhanger van de veiligheidsspeld. Volgens mij tezamen met de contactlens een van de beste uitvindingen van de mensheid. 
Ik heb wel eens een naaicursus gevolgd, een initiatief van de Margriet. De handwerkdocente werd stapelgek van me, ik wilde doorzetten maar bij werkstuk 2 moest ik de handdoek in de ring gooien, de pijp aan Maarten geven en accepteren dat de gebloemde jurk er nooit zou komen, gebloemde stofdoeken daarentegen hebben we jaren gehad.
Tijdens een van mijn stoppenmetroken periodes ben ik op advies van een ervaringsdeskundige gaan breien. Zij kon het allebei, roken en breien, ik alleen het eerste. Dat kon ik dan ook erg goed. Ik ging breien om mezelf af te leiden van de nicotinebehoefte. 
Jammer dat ik alleen maar recht kan breien, ik ben een typische dassenbreier zeg maar Als ik iets lees van : 1 l. 2x r.3 mind. ofzoiets, nou dan haak ik af. Niet echt natuurlijk want haken kan ik ook niet. Maar dan komt er weer een handdoek bij in de ring en krijgt Maarten weer een pijp.

Sjaal en spijkerbroek



Ik heb al eens gewag gedaan van mijn probleem met de shawl. Daar kan ik inmiddels mee leven, ziet de lap er na een paar uur uit als een dweil. soit, het zij zo.
De spijkerbroek daarentegen zal voor mij een issue blijven.Dit is voor mij zo´n groot probleem dat ik er niet graag over praat. Sommige dingen zijn te pijnlijk, die houd ik liever voor mezelf.
In mijn hele leven heb ik namelijk zelden een goed zittende spijkerbroek gehad.

Vroeger toen ik jong en slank was, legde ik een nieuwe spijkerbroek een nacht in het water, trok hem aan en had na een ongemakkelijke dag een goedzittende spijkerbroek.

Toen heb ik aantal  jaren als dame geleefd, dat wil zeggen mantelpakjes en naaldhakken. Een spijkerbroek maakte geen deel uit van mijn garderobe.
Een jaar of twintig geleden begon de strijd. ik wilde weer in een spijkerbroek. In de loop der jaren had ik een middelbare leeftijd lijf gekregen en dat lijf voegde zich niet zonder meer in zo maar een spijkerbroek.

In de afgelopen twee decennia heb ik wel geteld 1 lekker zittende spijkerbroek gehad, van Gerry Weber. Een merk voor Duitse vrouwenfiguren. Twee jaar geleden hield Gerry het voor gezien, er kwamen scheuren in mijn favoriete broek. En niet modieus op de knie. Nee, in het kruis vielen grote gaten.
Ik heb de pijpen eraf geknipt en er een knoop in gelegd, ik kom nog regelmatig een hond tegen met een Gerry Weber pijp in de bek.

Ik heb nu nog een aantal spijkerbroeken maar ze voldoen geen van allen aan mijn ideaalbeeld.

Ik heb er een die me helemaal nog nooit gepast heeft, die hangt in de kast te hopen op betere tijden.
Dan heb ik er een die net iets te klein is. Die draag ik heus wel eens, dan moet ik plat op mijn rug op bed gaan liggen om hem dicht te krijgen. Dat lukt, maar het vervelende is dat mijn maag dan opeens prominent aanwezig is, met als  gevolg dat ik constant met gevouwen armen zit om een en ander te camoufleren.

Dan heb ik laatst een spijkerbroek gekocht die van alles beloofde, een corrigerend effect op de kont, stretch en dus comfortabel in het dragen.
Ze hebben gelijk, hij zit lekker en corrigeert, jammer alleen dat dit effect maar een uur aanhoudt. Daarna is het net een joggingbroek.

Al mijn spijkerbroeken zijn een teleurstelling, gelukkig hebben we honden. Spijkerbroeken waarin ik me aan den volke kan vertonen heb ik niet. Maar ik loop heel gelukkig te zijn in een slobber spijkerbroek met twee net zo gelukkige honden. Gelukkige honden hebben geen oog voor mode.

Toch houd ik mij aanbevolen voor de gouden tip: een goed zittende jeans voor een niet meer zo jonge en niet zo slanke vrouw.

Ik zou zo gelukkig zijn met een goedzittende spijkerbroek, al is het nog maar 1 keer.